week tegen pesten

Je moet zeggen dat ze stom is

Een interview over on- en offline pesten

Het is de week tegen pesten. Bij ons op kamp gaan er vaak kinderen mee die gepest zijn of zelf pesten. Ze leren inzicht te krijgen in hun eigen gedrag en dat van anderen. Merel Nederend, psycholoog van Stichting De Ster ging in gesprek met één van de kinderen die vroeger gepest werd en graag anoniem wil blijven. Twee jaar geleden ging ze mee op kamp en daarna is ze nog een keer mee op Stay Strong geweest, het vakantiekamp voor middelbare scholieren. Lees hieronder een verslag van dit gesprek.

Merel: “Jij bent mee geweest op kamp omdat je in het verleden gepest werd. Word je nu nog gepest?”

Meisje: “Nee hoor, alleen door jongetjes die af en toe vervelend doen. Op de basisschool had ik conflicten met een jongetje. Hij was heel gemeen tegen mij. Hij zei nare dingen. En toen ging de hele klas daar in mee, met dat pesten. En dan was ik bijvoorbeeld niet goed in topografie, dat was gewoon niet mijn sterkste vak. En dan gingen ze mij expres vragen ‘wat is de hoofdstad van Gelderland?’. Ik wist dat niet en dan hielden ze me voor dom. ”
“Ook in de meisjeskleedkamer gebeurde er vervelende dingen. Ik was ouder en ook eerder in de puberteit dan de anderen. Ze keken raar naar me dat ik al een BH droeg. Bij iedere gymles vroegen ze heel bozig waarom draag je een BH? Alsof ik iets verkeerds deed daarmee”.

Merel: “Wat heb jij geprobeerd om dat te laten stoppen?”.

Meisje: “In de meisjeskleedkamer is het uiteindelijk gestopt doordat ik naar de juf ben gegaan. Ik had een hele goede juf. Die is gaan praten met die meisjes. En toen is het uiteindelijk opgehouden. Maar met dat jongetje waarbij de hele klas me uitschold, heeft het heel lang geduurd. Zelfs de leraar ging een keer meelachen met de klas om mij. Het ging pas voorbij toen ik naar de middelbare school ging. Weggaan van mijn oude school vond ik het fijnste wat me overkwam. Op de middelbare school mocht ik eindelijk gewoon mezelf zijn”. 

Merel: “Wat heeft jou allemaal geholpen op de basisschool?”.

Meisje: “Ik was heel onzeker geworden door dat gepest. Ik dacht dat ik lelijk was. Toen ging ik naar Sterkamp. Dat heeft me heel erg geholpen. Daar heb ik een heleboel trucjes geleerd. En ik heb begrepen waarom pesters jou pesten. Als een pester zegt jij hebt lelijk haar dan zijn ze eigenlijk jaloers op jou. Eerst geloofde ik dat helemaal niet.”

Merel: “En vóór kamp? Je zei dat je een fijne juf had? Hoe hielp zij?”.
Meisje: “Ik kon met haar in gesprek. Ze zei ‘vertel je verhaal’. En dan ging ze met de pesters naar de gang en met hen praten over wat er aan de hand is”

Merel: “Waarom hielp dat?”
Meisje: “De pesters stopten daardoor.”

Merel: “Klinkt als een fijne juf. Fijn dat je je verhaal kunt vertellen. Hoe is het dan als je online gepest wordt? Ik hoor bijvoorbeeld veel verhalen van jongeren die uit een Whatsapp groep werden gezet. Speelde dat bij jou ook nog een rol?”.
Meisje: “Ja, op de basisschool hadden ze een Whatsapp groep waar heel de klas in zat, behalve ik en een vriendinnetje. Die groep heette ‘doen, durven of de waarheid’. In die groep werden opdrachten gegeven aan andere kinderen. Bijvoorbeeld ‘je moet zeggen dat ze stom is’. Dus dan kreeg  ik best veel appjes met de tekst dat ik stom ben. Dat werd vaak naar mij gestuurd. Meestal blokte ik ze dan”.

Merel: “Zit er verschil tussen online pesten en pesten op het schoolplein voor jou?”.
Meisje: “Ja, soms kunnen woorden verkeerd overkomen via Whatsapp. Je weet niet of iemand iets als grappig bedoelt of dat je wordt uitgescholden.”.

Merel: “Ik gebruikte vroeger ook wel eens scheldwoorden, maar dan zagen mijn vriendinnen aan mijn gezicht dat ik een grapje maakte.”
Meisje: “Als het gewoon een jongen uit mijn klas is, dan denk ik ‘het maakt me niet uit’.

Merel: “Heb jij een tip voor ouders?”.
Meisje: “Mijn moeder kijkt wel af en toe op mijn telefoon. En soms praat ik met haar over wat er geplaatst wordt .”

Merel: “Heb jij een tip voor kinderen die gepest zijn?”.
Meisje: “Ik zou willen zeggen: diegenen zijn gewoon onzeker over zichzelf en soms zelfs jaloers. Richt je op de mensen die jij aardig vindt en die jij leuk vindt want die hebben het beste met jou voor.”.