Waarom motivatie zo belangrijk is (en soms zo ingewikkeld)

Het liefst zou ik jullie doen geloven dat ik zelf een modelleerling was. Dat ik met enkel achten en negens de middelbare school doorvloog. Dat bij mijn diploma-uitreiking leraren mij huilend in de armen vielen, enkel omdat ze het zo geweldig hadden gevonden om mij les te mogen geven. Helaas. Dat is niet waar. Ik was op zijn zachtst gezegd wat makkelijk als het ging om schoolwerk. De uren dat ik met mijn vader aan tafel de rijtjes Frans en wiskundige formules heb zitten stampen, zijn niet meer op twee handen te tellen. Onderwijl zat ik te zuchten en te steunen dat ik zo moe was, mocht ik niet gewoon naar bed? En dat terwijl ik de hele onderbouw een 4 voor wiskunde op mijn rapport stond. Onbegrijpelijk voor mijn ouders. Heel erg logisch voor mij.

Nu ik zelf met leerlingen op de middelbare school werk, begrijp ik volledig waarom mijn ouders (en de hele sectie wiskunde) zo gefrustreerd konden raken als het ging om mijn schoolwerk. Soms wil je een leerling gewoon even goed door elkaar schudden. Waarom doe je nooit je huiswerk als je een 4 staat voor wiskunde? En hoe kan het nou in vredesnaam dat je de dag voor de toets er pas achter komt dat je een toets hebt? En terwijl jij als een verre nicht van Obama staat te speechen over het nut van plannen en organiseren, wordt je door de partij die tegenover je zit glazig aangestaard. Geen zin. Geen tijd. Geen agenda. En hij of zij snapt dit hoofdstuk wel. Komt goed joh.

Ik ga je vast verklappen: die frustratie kost je alleen maar energie en levert je niets op. Het is meestal een kwestie van het ene oor in, het andere oor uit. En dat heeft voor een groot deel te maken met motivatie. Mijn eigen redenering als het ging om huiswerk was als volgt:

1.) Wiskunde vind ik absoluut niet interessant
2.) Ik let niet op in de les, dus leren heeft toch geen zin
3.) Later ga ik toch niet “iets” met wiskunde doen
4.) Mijn talen gaan wel supergoed
5.) Ik ga over naar de vierde met een 5 voor wiskunde en kies C&M als profiel, helemaal prima

Terwijl de redenering van mijn ouders meer leek op:

1.) Ze maakt nooit huiswerk en haalt alleen maar onvoldoendes
2.) Straks blijft ze zitten, en dan? Dan moet dit allemaal opnieuw
3.) Dan is het al helemaal trekken aan een dood paard
4.) Wat nou als ze straks überhaupt geen diploma haalt???
5.) De wereld vergaat

Oké, nummer 5 misschien niet, maar dat was wel het enige wat ik zelf hoorde als puber toen mijn ouders mij weer een streng toespraken. Ze moesten zich vooral niet te veel met mij bemoeien, het kwam allemaal wel goed. En in dat cirkeltje bleven we een jaar of wat hangen.
En zo kom ik weer terug bij motivatie. Als je niet genoeg motivatie hebt om gedrag te veranderen (in dit voorbeeld: van geen huiswerk naar wel huiswerk maken), dan zal dat ook niet gebeuren. De regel van gedragsverandering is dat de voordelen van het veranderen van gedrag zwaarder moeten wegen dan de nadelen van het veranderen van gedrag. En de voordelen van het behoud van gedrag moeten zwaarder wegen dan de nadelen van het behoud van gedrag.
In de volgende (fictieve) dialoog kun je zien hoe een begeleider bij een leerling die geen sommen maakt zijn motivatie uitvraagt.

Begeleider (B):  Wat zijn voor jou de voordelen van het niet maken van sommen?  (Voordelen van het behouden van gedrag)
Max (M): Nou, een heleboel. Dat ik dan geen wiskunde hoef te doen, want dat vind ik stom. En dan kan ik de tijd die ik over heb meer gamen.
B: Goed, dus geen wiskunde, en meer tijd voor gamen. Nog meer voordelen?
M: Nee, dat was het wel.
B: Wat zijn dan de nadelen van het maken van sommen? (Nadelen van het veranderen van gedrag)
M: Dat ik er veel tijd aan kwijt ben. En ik vind het gewoon hartstikke lastig, dus dan snap ik het niet, en dan ben ik gewoon niet gemotiveerd.
B: Dat lijkt me heel vervelend, Max. Wat zijn nog meer nadelen?
M: Ik kom helemaal niet aan mijn andere vakken toe, omdat ik wiskunde moet doen. En als ik wel de sommen maak, dan kijkt de docent er niet eens naar. Dus waarom zou ik het dan doen.
B: Dus je hebt soms het gevoel dat je sommen voor niets zit te maken?
M: Ja, dat klopt.
B: Daar kom ik graag later nog even op terug. We gaan nu door naar de nadelen van het niet maken van sommen. Welke zijn dat? (Nadelen van het behouden van gedrag)
M: Dat ik de stof niet begrijp. En dat ik daardoor ook mijn toetsen niet goed kan maken.
B: En wat gebeurt er dan, als je je toetsen niet goed kan maken?
M: Dan krijg ik black-outs tijdens de toets. En dan haal ik een onvoldoende. Dat vinden mijn ouders niet leuk en dan mag ik minder gamen.
B: Dus als ik het goed begrijp, haal je onvoldoendes voor toetsen omdat je de sommen niet maakt. En dat zorgt er weer voor dat je minder mag gamen. Zie ik dat goed?
M: Ja, dat klopt.
B:  Dat lijkt me eigenlijk helemaal niet prettig. Wat zijn nog meer nadelen van het niet maken van sommen?
M: Dat ik soms een HV in magister krijg, als de docent toevallig wel een keertje nakijkt. En dat ik daardoor altijd op zie tegen de wiskundeles.
B: Jeetje, Max, dat zijn er best een heleboel nadelen. Dat zijn er eigenlijk al een stuk meer dan de voordelen van het niet maken en de nadelen van het wel maken. Laten we nu eens kijken naar wat de voordelen zouden kunnen zijn van het wél maken van je sommen. (Voordelen van het veranderen van gedrag)
M: Dan begrijp ik de stof misschien wel beter.
B: En wat zou dat als gevolg kunnen hebben?
M: Dat ik beter voorbereid ben op mijn toetsen. En dat ik misschien wel geen black-outs meer heb, en dan wel een voldoende kan halen voor de toets.
B: Dat klinkt al heel goed! Wat zijn nog meer voordelen, als we bijvoorbeeld kijken naar het gamen?

M: Dan heb ik meer échte tijd over om te gamen. Want dan heb ik geen schuldgevoel. En mijn ouders zijn ook blijer want die zien dan dat ik betere cijfers haal. Of in ieder geval meer mijn best doe.

Uit dit gesprek kun je veel informatie halen. Max vindt het vervelend dat de docent niet controleert, omdat hij huiswerk als iets ziet dat je alleen voor de docent doet. Daar kun je als ouder op inhaken door uit te leggen dat huiswerk maken bedoeld is als voorbereiding op een toets. Als Max graag meer tijd wil om te gamen, kun je daar afspraken over maken. Bijvoorbeeld: als je elke week twee dagen je huiswerk afkrijgt, mag je een half uurtje langer op de computer.

Het voordeel van op deze manier in gesprek gaan met een puber is dat het alle partijen wat oplevert. De puber voelt zich gehoord en serieus genomen. Want een ongemotiveerde mens bestaat niet. Het is noodzakelijk om uit wat er achter het “geen zin” hebben zit. Het allermooiste is als je tijdens het gesprek alles opschrijft wat de ander zegt. Zo kun je laten zien dat een puber vaak veel meer voordelen van nieuw gedrag dan nadelen van nieuw gedrag kan bedenken.

Nu wil ik niet zeggen dat dat betekent dat je als ouder of docent een kind volledige vrijheid moet geven op welk gebied dan ook. Pubers hebben juist heel hard sturing en duidelijke structuur nodig. Maar het kan nooit kwaad om eens te kijken wat er soms achter dwars gedrag zit. En kun je ook eens kijken of je op sommige gebieden wat meer los kan laten. Zoals bij mij: uiteindelijk ging ik ieder jaar over met een onvoldoende voor wiskunde, maar mijn andere vakken waren wel prima in orde. Mijn ouders lieten het los, en ik was een tevreden kind. De tijd die ik niet in wiskunde hoefde te steken, stak ik in dingen die ik leuker vond. Theater maken op school, of hockeyen, of mijn bijbaantje. Zaken waar ik óók heel veel van leerde.

Want niemand doet iets zomaar. En puber blij, jij blij, docent blij. En dan blijft de wereld achteraf bezien toch niet te vergaan.