Wat werkt bij faalangst? 4 gouden tips!

“Nee!” roept Thijs. “Ik ga deze opdrachten niet maken!” Met stampende voeten en een boze blik loopt hij weg. De moeder van Thijs zit met de handen in het haar. “Waarom reageert hij toch altijd zo fel en gaat hij constant in de weerstand wanneer hij een toets of huiswerk moet maken?”

 

 

 

 

Dit zijn verhalen die wij vaak horen van ouders. Gaandeweg het gesprek met hen komen we er vaak achter dat het gedrag van, zoals in dit voorbeeld beschreven, Thijs heel goed voort zou kunnen komen uit angst: oftewel faalangst. Iedereen kent het voorbeeld van faalangst wel waarbij je zwetende handen hebt, knikkende knieën krijgt en blokkeert bij toetsen. Maar bij sommige kinderen kan faalangst zich ook uiten in de vorm van weerstand. Wat is faalangst en hoe ga je hiermee om? Orthopedagoog Bibi en psycholoog Merel geven ons inzicht…

 

Wat is faalangst? 

Faalangst is letterlijk angst om te falen. Het idee van fouten maken of het idee hebben om niet te voldoen aan eisen die anderen stellen geeft angst. Deze angst kan je zien doordat kinderen een black out krijgen, of lichamelijk signalen zoals bibberen, zweten, buikpijn etc. Kinderen met faalangst kunnen hierdoor aan de ene kant gaan overcompenseren door heel hard te gaan leren, maar aan de andere kant ook juist blokkeren waardoor ze uitdagende situaties niet aangaan.

Kinderen met faalangst hebben vaak weinig zelfvertrouwen. Toch is faalangst wél anders dan alleen het hebben van weinig zelfvertrouwen. Wat zijn de verschillen tussen faalangst en weinig zelfvertrouwen hebben?
Faalangst is letterlijk angst om te falen. Het idee van fouten maken of het idee hebben om niet te voldoen aan eisen die anderen stellen geeft angst. Deze angst kan je zien doordat kinderen een black out krijgen, of lichamelijk signalen als bibberen, zweten, buikpijn etc. Deze angst voor falen op een bepaald gebied maakt dat kinderen deze uitdaging vaak niet eens aangaan. Het idee van falen is zo vervelend dat ze het überhaupt niet proberen.

 

Het hebben van weinig zelfvertrouwen kan ook zorgen voor blokkeren en een uitdaging niet aangaan, maar is minder vergelijkbaar met de angst zoals bij faalangst. Het gaat bij zelfvertrouwen meer om een kerngeloof dat je iets niet kunt. Hierdoor zetten kinderen ook vaak niet de stap om de uitdaging aan te gaan. Maar dat zit hem dan in het feit dat je gelooft dat het toch niet lukt, minder in de angst voor falen. Daarnaast gaat faalangst altijd over een vaardigheid, terwijl weinig zelfvertrouwen ook kan gaan over bijvoorbeeld je uiterlijk, of over wie je bent (“Ik ben niet goed genoeg, ik doe er niet toe”).

 

Heeft mijn kind faalangst?

Faalangst ziet er bij elk kind weer anders uit. Wanneer je ziet dat iemand angstig is om fouten te maken dan is dit makkelijk te signaleren. Echter zie je ook vaak dat kinderen een uitdaging niet aangaan en ‘niet meedoen’. Dit ziet er dan vaak uit als weerstand. Soms worden kinderen ook boos of brutaal. Je trekt dan niet snel de conclusie dat er sprake is van angst. Hier ligt vaak de uitdaging. Wij proberen altijd te onthouden dat de meeste kinderen graag willen leren en graag uitgedaagd willen worden. Wanneer je merkt dat dit niet het geval is kan hier iets achter zitten. Is dit af en toe dan kan een kind gewoon moe zijn of even niet zo’n zin hebben om te leren. Komt dit echter heel regelmatig terug dan is het fijn om te gaan onderzoeken waar dat vandaan komt.

 

Wat werkt bij faalangstige kinderen? 4 gouden tips!

1. Beloon de inzet en niet het resultaat. Wanneer je iemand een compliment geeft voor het hoge cijfer of voor de beste zijn op school benoem je dat het resultaat het allerbelangrijkste is. Ook vergeten te complimenteren wanneer er een slecht cijfer behaald wordt draagt hier aan bij. Je wilt kinderen het liefste complimenteren omdat zij hun best hebben gedaan of omdat ze door hebben gezet, ook wanneer het resultaat niet heel hoog is. Positiviteit doet zoveel goeds voor het zelfvertrouwen en de zelfwaardering van kinderen.

2. Vier fouten! Van fouten maken kun je leren: dus als je fouten mag maken en je hier van kunt leren, kun je ze net zo goed vieren! Dus wees blij als je kind een fout maakt. Laat je kind bijvoorbeeld juichen op de stoel omdat hij of zij iets nieuws geleerd heeft! Geef zelf hierin ook het goede voorbeeld. Benoem zelf ook de fouten die je hebt gemaakt en dat die fouten prima zijn. Je hebt er immers weer van geleerd.

3. Geef zelf het goede voorbeeld. Probeer zelf ook niet heel prestatiegericht te zijn, alles perfect te willen doen en erg te blijven hangen in het maken van fouten. Benoem het dus als je zelf een fout maakt en dat dat prima is!

4. Helpende gedachten. bedenk samen met je kind helpende gedachten bij specifieke situaties die hem of haar zouden kunnen helpen. Dit filmpje kan jullie hierbij helpen.

 

Hoe wordt op kamp gewerkt aan faalangst?

Op kamp geven wij altijd vanuit de basis een stimulerende en positieve reactie. Wij overladen de kinderen met zoveel mogelijk complimentjes gedurende de week en vieren fouten! Zo hebben we ook bijvoorbeeld de Whoopsie woensdag, een woensdag waarop we zoveel mogelijk fouten maken en deze fouten vieren. Daarnaast zijn we de hele week volop bezig met het ombuigen van niet-helpende gedachten naar helpende gedachten.

 

Het mooie van op kamp werken aan de doelen is dat de kinderen geen huiswerk mee naar huis krijgen, maar op kamp gelijk kunnen oefenen met nieuw aangeleerd gedrag. De situaties waar ze thuis tegenaan lopen zullen ze ook op kamp tegenaan gaan lopen. Wanneer een kind het bijvoorbeeld vervelend vindt om fouten te maken dan gaan we dit ook op kamp zien. Omdat we met veel -professionele- begeleiders zijn (16 begeleiders op 32 kinderen) zien we alles en hebben we ook de tijd en ruimte om hierbij te helpen. Met een denkbeeldige rugzak vol tools om te gebruiken in lastige situaties, gaan de kinderen naar huis!